Filosofie & Praktijk nr. 1, 2014

Geplaatst 24 jun. 2014 08:19 door Ton Vink   [ 24 jun. 2014 08:22 bijgewerkt ]

Dit voorjaarsnummer 2014 van F&P is grotendeels gewijd aan het thema “Oorlog en Ethiek”, dit naar aanleiding van het gelijknamige symposium dat de Vereniging van Ethici in Nederland in oktober 2013 organiseerde. Alle bijdragen (zes stuks) in het themagedeelte stammen van het bewuste symposium en dragen daar vanzelfsprekend ook de sporen van. De redactie van dit themagedeelte lag in handen van Koos van der Bruggen, die ook voor de invulling van de rubriek Minima Philosophica zorgde.

De openingsbijdrage, “Militaire technologie en interventie-ethiek” is van de hand van Joris Voorhoeve, oud-minister van Defensie. Tegen de achtergrond van de criteria die in 2001 zijn verwoord door de Internationale Commissie inzake Interventie en Soevereiniteit plaatst Voorhoeve onder meer een aantal kritische opmerkingen bij het gebruik van drones, robots, en niet-lethale technologie. Hij benadrukt dat primair de rationeel te verwachten gevolgen van beslissingen in de politiek de doorslag moeten geven.

Vervolgens wijst Bob de Graaff in zijn bijdrage “Forever war?” erop dat we inmiddels moeten spreken van een ingetreden toestand van ‘eeuwige oorlog’. Oorlog is zo langzaamaan ‘muzak’ geworden. En dan is het zaak om stil te staan bij wat wij in dat geval onder ‘oorlog’ moeten verstaan want het ontbreken van een gemeenschappelijke definitie op dit punt is zeker niet zonder risico: het zou zo maar kunnen gebeuren dat de ene partij een handeling verricht die volgens haar geen oorlogshandeling is, terwijl de tegenpartij die gedraging wel als zodanig zal interpreteren en er vanuit een oorlogsperspectief op zal reageren.

In “Het boemerangeffect van bewapende drones” wijs Lambèr Royakkers op de risico’s en gevaren van bewapende drones. Deze risico’s en gevaren zouden wel eens kunnen leiden tot een averechts effect op lange termijn. Alle reden, aldus Royakkers, om de inzet van deze drones internationaal te bespreken. Hij bepleit hierbij een voortrekkersrol voor Nederland dat zich meer publiekelijk uit zou kunnen spreken over de manier waarop de VS hun drone-programma uitvoert. Daarnaast is het van belang dat het komt tot een breed internationaal debat over gevolgen en verantwoorde inzet van bewapende drones.

Aansluitend onderzoeken Koos Bras en Thomas Mertens in hun bijdrage de tactiek van ‘doelgericht doden’. Het gaat bij dit ‘doelgericht doden’ om één van de meest omstreden tactieken in de tegenwoordige ‘oorlogen’: het opzettelijk doden van een te voren geselecteerd individu door een subject van het internationaal recht. Moet dit doelgericht doden als een nieuwe variant van Kants sluipmoord begrepen worden en dus categorisch worden verboden? Of moet die tactiek op een andere manier begrepen worden? In hun conclusie wijzen de auteurs onder meer op het risico dat deze praktijk van het doelgericht doden naar een toestand van permanente oorlog kan leiden, het tegendeel van wat Kant beoogde bij het bedenken van de voorwaarden waaronder de mensheid een toestand van permanente vrede zou kunnen bereiken. Daarom is ‘doelgericht doden’ een praktijk die ons zorgen dient te baren.

Desiree Verweij onderzoekt in haar bijdrage of er in de ‘traditie van de rechtvaardige oorlog’ wellicht aanknopingspunten te vinden zijn die bij kunnen dragen aan het zoeken naar antwoorden op de vragen die ons (overigens niet alleen in het Westen) kennelijk al millennia lang bezig houden: Wat zijn de mogelijkheidsvoorwaarden voor een daadwerkelijke ‘rechtvaardige oorlog’? Daarbij gaat haar speciale aandacht uit naar de vraag of het criterium van de ‘juiste intentie’ of de ‘juiste innerlijke dispositie’ als een van die mogelijkheidsvoorwaarden kan fungeren? Of representeert dit criterium juist een van de grootste valkuilen?

In zijn Minima Philosophica weegt Koos van der Bruggen het optimisme van de profeet Micha: “Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegijzers omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren”. Het themagedeelte wordt daarmee Bijbels afgesloten.

Ook Menno Kamminga en Ronald Tinnevelt sluiten hun discussie af, nu over ‘Europa’, Cees Maris en Petran Kockelkoren zorgen voor twee reviewartikelen en een recensie en enkele signalementen besluiten het formele deel van dit F&P-nummer.

Het VFP-katern. Tenslotte biedt het VFP-katern, zoals gebruikelijk, de Vereniging voor Filosofische Praktijk (VFP) een podium om met de eigen leden en de buitenwereld te communiceren, met bijdragen van Annemarie Soeteman, Eite Veening en Marja Havermans. Het VFP-katern heeft daarbij een eigen onafhankelijke redactie.

Filosofie & Praktijk, nr 4, 2013

Geplaatst 24 jun. 2014 07:44 door Ton Vink   [ 24 jun. 2014 08:10 bijgewerkt ]

Is de financiële crisis niet vooral een crisis van vertrouwen? En hoe komen we dan tot herstel van dat vertrouwen? In zijn “Epistemische deugden en de wereldwijde financiële crisis” gaat Boudewijn de Bruin nader op deze vragen in. Hij maakt in zijn analyse van ‘vertrouwen’ en ‘betrouwbaarheid’ gebruik van de notie van ‘epistemische deugden’ (en dus ook ‘ondeugden’). Hij vestigt onder meer de aandacht op de rol van epistemische ondeugdzaamheid, ofwel, immorele informatieverwerking. Hij concludeert daarbij dat de rol van domheid, gebrek aan kennis, desinteresse, en ander epistemisch falen weliswaar met regelmaat in kaart wordt gebracht, maar dat daaraan géén interpretatie in morele termen wordt verbonden. Een van zijn hoofdpunten is dat de theorie van de epistemische deugden ons nu juist in staat stelt dat laatste wél te doen. Zijn stelling over de weg naar hersteld vertrouwen luidt dan ook “dat betrouwbaarheid epistemische deugden vooronderstelt: zonder epistemische deugden zijn medewerkers in de financiële sector letterlijk onbetrouwbaar.” 

Filosofie & Praktijk, nr. 3, 2013

Geplaatst 7 nov. 2013 00:02 door Karla Mulder   [ 4 dec. 2013 01:26 bijgewerkt ]

In dit najaarsnummer van F&P wordt veel gedebatteerd. Om te beginnen wordt het debat over ‘Europa’ voortgezet in een bijdrage van Menno Kamminga: “Dromen van een rechtvaardig Europa”. Kamminga reageert op de bijdragen “Schip van Europa” van Ronald Tinnevelt en “Meer-laagse sociale rechtvaardigheid in de Europese Unie” van Ben Crum in het recente themanummer van F&P over ‘Europa’ (2013,1). Beide auteurs, aldus Kamminga, “worden in hun pogingen de EU zo rechtvaardig mogelijk voor te stellen, gehinderd door een impliciete, onkritische aanvaarding van het morele bestaansrecht van de EU.”

Nog meer debat in een omvangrijk review-artikel van Govert den Hartogh naar aanleiding van de publicatie van Zelfeuthanasie. Een zelfbezorgde goede dood onder eigen regie (Ton Vink, 2013). Op de uitgebreide kritiek van Den Hartogh volgt een repliek van Vink. Den Hartogh sluit het debat (voorlopig?) af met een korte dupliek.
In de rubriek Minima Philosophica gaat Annemarie Kalis in “Zelfbegrip en de Powers of Ten” in op de discussie rond de vrijheid van de wil, om onder meer te concluderen dat deze “slechts op bepaalde niveaus van beschrijving zichtbaar is en een betekenisvolle rol kan spelen bij ons begrip van de werkelijkheid.” Jozef Keulartz komt in zijn bijdrage “Vernieuwing zonder traditie? Gemengde gevoelens over de kenniseconomie” tot een pleidooi “voor het ontwikkelen van een nieuw paradigma dat door het model van traditionele kennis geïnspireerd is, en dat tegenwicht zou kunnen bieden aan het huidige innovatieklimaat, waarin economische overwegingen en korte termijn belangen de doorslag geven.” 
Na enkele boekbesprekingen (door Cees Maris, Maarten Coolen, Albert van der Schoot en Sjaak Koenis), besluit de rubriek Signalementen het formele gedeelte van dit najaarsnummer van F&P in 2013.

Het VFP-katern. Tenslotte biedt het VFP-katern, zoals gebruikelijk, de Vereniging voor Filosofische Praktijk (VFP) een podium om met de eigen leden en de buitenwereld te communiceren, met bijdragen van Peter Harteloh en Hilde Veraart-Maas. Het VFP-katern heeft daarbij een eigen onafhankelijke redactie.

Filosofie & praktijk, nr. 2, 2013

Geplaatst 6 nov. 2013 13:09 door Karla Mulder   [ 4 dec. 2013 01:27 bijgewerkt ]

In de openingsbijdrage aan dit zomernummer van F&P, Van genezen naar verbeteren? wordt ingegaan op de speciale plaats die de geneeskunde inneemt in de discussie over maakbaarheid. Die plaats is bijzonder omdat het in de geneeskunde gaat over zaken die mensen het meest direct raken in hun welzijn: ziekte, gezondheid, dood. Maar ook omdat de geneeskunde er de laatste honderd jaar daadwerkelijk in geslaagd is een groot deel van het menselijk leven - althans het leven in biologische zin - onder controle te krijgen. De moderne geneeskunde bestaat in zekere zin bij de gratie van het idee dat de mens maakbaar is. Het project van 'mensverbetering', oftewel human enhancement, is daarom misschien ook veel minder een radicale breuk met wat we kennen, maar vloeit in zekere zin logisch voort uit opvattingen en waarden die in de moderne samenleving en geneeskunde dominant zijn: geloof in vooruitgang, in wetenschap en technologie, rationaliteit en zelfontplooiing. Maar om dezelfde reden blijft discussie over de doelen en grenzen van de geneeskunde, de aard van ziekte en gezondheid, en de invulling van begrippen als welzijn, geluk en kwaliteit van leven onverminderd nodig.

Die discussie wordt aansluitend gevoerd in de bijdrage van Marjolein Stapel e.a. Beroepsethos versus patiëntenautonomie binnen de plastisch-esthetische chirurgie door het stellen van vragen met betrekking tot grenzen aan de cosmetische industrie: Is de autonomie van de patiënt ten alle tijden heilig? Moet alles wat technisch mogelijk is ook daadwerkelijk uitgevoerd worden? Chirurgen ervaren gevoelsmatig weerstand tegen 'mode-ingrepen' zoals schaamlipverkleining, de angstaanjagende neus van Michael Jackson en de buitenproportionele boezem van Lolo Ferrari.
Enerzijds bestaat het recht op zeggenschap over het eigen lichaam; anderzijds is er het ongemakkelijke gevoel dat gepaard gaat met de extreme doorvoering van dit recht. Dit artikel gaat na welke keuzen esthetisch chirurgen in dit spanningsveld in feite maken.

In De morele prijs van emissiehandel: de kritiek van Michael Sandel aandacht voor de emissiehandel.
Emissiehandel wordt vaak beschouwd als het belangrijkste instrument ter vermindering van de CO2-uitstoot die tot klimaatverandering leidt. De voordelen van emissiehandel lijken duidelijk. Mits adequaat opgelegd door de centrale autoriteit garandeert emissiehandel een harde grens aan de totale CO2-emissie. De stelling van Kamminga's artikel is dat Sandels positie fundamenteel-ethische waarde heeft: zijn argument lijkt weliswaar niet sterk genoeg om de morele toelaatbaarheid van emissiehandel te ondermijnen, maar het laat overtuigend zien dat emissiehandel een moreel dubieuze waardenoriëntatie in de moderne westerse, inclusief de Europese, samenleving uitdrukt en versterkt. Kortom: Emissiehandel kan moreel gerechtvaardigd zijn, maar dat neemt niet weg dat een groot risico bestaat op moreel waardeverlies. Ethische vragen liggen er hier dus wel degelijk.

Was het tienjarig bestaan van voedselbanken een reden om feest te vieren? Of is het fenomeen voedselbanken in moreel opzicht daarvoor te ambivalent? Bij die vragen gaat het om het spanningsveld tussen barmhartigheid en rechtvaardigheid. Houdt de barmhartigheid van al degenen die voedselbanken draaiende houden niet iets in stand dat uit oogpunt van rechtvaardigheid verwerpelijk is? Het doel van Tussen barmhartigheid en rechtvaardigheid. Over voedselbanken is het spanningsveld tussen barmhartigheid en rechtvaardigheid rondom voedselbanken te verkennen. Want die spanning bestaat: Degenen die er uiteindelijk het minst van profiteren zijn de klanten van voedselbanken, omdat noch de vrijwilligers die er werken, noch de politici die er zo positief over zijn, noch de bedrijven die ze sponsoren in alle ernst iets aan armoede doen.

Minima Philosophica gaat in op Het zomerkleurige humanisme van Raimond Gaita en diens visie op de tragedie als literair genre en zijn barmhartig fatalisme als morele houding.



Inhoud


Inleiding   3

Van genezen naar verbeteren?    5
Maartje Schermer
 
Beroepsethos versus patiëntenautonomie binnen de plastisch-esthetische chirurgie: 'Het is de patiënt die bepaalt wat mooi is, maar ik ben toch de arts?'     25
Marjolein Stapel e.a.

De morele prijs van emissiehandel: de kritiek van Michael Sandel   41 
Menno R. Kamminga
 
Tussen barmhartigheid en rechtvaardigheid. Over voedselbanken    56
René Gabriëls 
 
Minima Philosphica: Het zomerkleurige humanisme van Raimond Gaita    73
Patrick Delaere

Recensies:
Mooij, J.J.A. Het morele domein. Over meervoudigheid in de moraal   78
Jan Vorstenbosch
Fresco, Louise O. Hamburgers in het Paradijs   81
Marc Davidson

Signalementen    89

Filosofie & praktijk nr. 1, 2013

Geplaatst 6 nov. 2013 13:07 door Karla Mulder   [ 4 dec. 2013 01:28 bijgewerkt ]

Dit voorjaarsnummer van Filosofie & Praktijk is, onder themaredactie van Rutger Claassen, met een vijftal artikelen gewijd aan een toch zacht gezegd "heet hangijzer": Europa!

Ronald Tinnevelt verwijst in zijn bijdrage "'Schip van Europa' en andere beelden van de Europese Unie" naar een afbeelding van de Europese Unie als een groot schip. Tinnevelt werkt in zijn artikel twee typen van vragen - met betrekking tot de rol die de Europese Unie op mondiaal vlak kan/moet spelen en de taal die we nodig hebben om de aard en het functioneren van de Unie te begrijpen - verder uit en schetst welke opgaven hierin vervat liggen voor de politiek- en de rechtsfilosoof.

In hun bijdrage "De Europese Unie als 'federatie van staten'" zetten Stefan Rummens en Stefan Sottiaux deze discussie voort. Zij willen laten zien dat het conceptuele spectrum niet is uitgeput met de traditioneel gehanteerde tegenstelling tussen Europa als federale staat (een soeverein Europa) en Europa als confederatie (soevereine lidstaten).

Ben Crum doet in zijn bijdrage "Meer-laagse sociale rechtvaardigheid in de Europese Unie", zoals hij zegt "een stap terug van de crisis" in Europa om de vraag naar sociale rechtvaardigheid in de Unie van een zekere afstand te bekijken.
In "Het rechtskarakter van de democratische rechtsstaat. Over de betekenis van het Europees Hof voor Rechten van de Mens" wijst Quoc Loc Hong erop dat in Nederland het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) de laatste tijd onderwerp van discussie of zelfs van controverse is geworden.
Tot slot van het themagedeelte gaat Tom Eijsbouts in zijn bijdrage "Onze woonplaats Europa" nogmaals in op de verhouding van 'Europa' en de 'Unie'.

Tenslotte biedt het VFP-katern de Vereniging voor Filosofische Praktijk (VFP) een podium om met de eigen leden en de buitenwereld te communiceren, met bijdragen van Sandra Aerts, Erno Eskens en Sadije Bunjaku, Arthur D'Ansembourg.


Inhoud


Inleiding 3

'Schip van Europa' en andere beelden van de Europese Unie 5
"Metaphors are no arguments, my pretty maiden"
Ronald Tinnevelt

De Europese Unie als 'federatie van staten' 22
Stefan Rummens en Stefan Sottiaux

Meer-laagse sociale rechtvaardigheid in de Europese Unie 36
Ben Crum

Het rechtskarakter van de democratische rechtsstaat 54
Over de betekenis van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Quoc Loc Hong

Onze woonplaats Europa 70
Tom Eijsbouts

Minima Philosophica: Deja vu, Groen Geloof versus Groene Revolutie 86
Jozef Keulartz

Boekbespreking: het paradijs als ecologische meetlat 90
Een toontje lager?
Michiel Korthals

Katern van de Vereniging voor Filosofische Praktijk (VFP) 95
m. m. v. Sandra Aerts, Erno Eskens, Sadije Bunjaku en Arthur D'Ansembourg

1-5 of 5