Is de financiële crisis niet vooral een crisis van vertrouwen? En hoe komen we dan tot herstel van dat vertrouwen? In zijn “Epistemische deugden en de wereldwijde financiële crisis” gaat Boudewijn de Bruin nader op deze vragen in. Hij maakt in zijn analyse van ‘vertrouwen’ en ‘betrouwbaarheid’ gebruik van de notie van ‘epistemische deugden’ (en dus ook ‘ondeugden’). Hij vestigt onder meer de aandacht op de rol van epistemische ondeugdzaamheid, ofwel, immorele informatieverwerking. Hij concludeert daarbij dat de rol van domheid, gebrek aan kennis, desinteresse, en ander epistemisch falen weliswaar met regelmaat in kaart wordt gebracht, maar dat daaraan géén interpretatie in morele termen wordt verbonden. Een van zijn hoofdpunten is dat de theorie van de epistemische deugden ons nu juist in staat stelt dat laatste wél te doen. Zijn stelling over de weg naar hersteld vertrouwen luidt dan ook “dat betrouwbaarheid epistemische deugden vooronderstelt: zonder epistemische deugden zijn medewerkers in de financiële sector letterlijk onbetrouwbaar.”