HET MEEST RECENTE NUMMER VAN F&P, oktober 2019: 

FILOSOFIE & PRAKTIJK, 40 (2019) 3; thema:

ONDERWIJS, gevormd of vervormd?


Twee weken voor het verschijnen van zijn boek Gevormd of vervormd? Een pleidooi voor ander onderwijs stuurde de Radboud Universiteit een, aldus auteur Jan Bransen, ‘stoer’ persbericht de wereld in getiteld “Het huidige onderwijssysteem is echt failliet”. Dat heeft voor reuring gezorgd, voor veel aandacht en het zadelde de auteur op met een uitspraak die hij in zijn boek niet doet, maar die hij sindsdien wel gebruikt als hij over zijn boek praat. “Ik zie de uitspraak dan niet als een feitelijke constatering, maar als een uiting van de overtuiging waarmee iemand naar de rechter stapt om een faillissement aan te vragen. Je kunt het eerste deel van mijn boek vervolgens lezen als de onderbouwing van de faillissementsaanvraag en het tweede deel als het hoopvolle perspectief van de curator die volop mogelijkheid ziet voor een goede doorstart.”

In de huidige synopsis, op uitnodiging van F&P, besteedt Bransen aan beide delen gelijkelijk aandacht. Daarbij gaat het om twee fundamentele vormen van filosofische reflectie op onze begrippen: ten eerste het inzetten van conceptuele onderscheidingen in kritische argumenten en ten tweede het ontplooien van begripsinhouden in uitnodigende speculaties. In dat andere onderwijs “is leren een kwestie van pionieren, van samen betekenis creëren in de immense onbestemde ruimte van het internet, die de wereld zoveel groter maar ook zoveel nabijer maakt.”

 

Natuurlijk vraagt dat om commentaar, en dat wordt geleverd in een viertal korte reacties: “Beroepsidentiteit en het uitblijven van eenheid”, door Hartger Wassink; “De tempering van geëngageerde woede”, door Tina Rahimy; “De waaromvraag, of is het huidige onderwijssysteem echt failliet?” door Guus Smeets; en “De filosoof en de psycholoog”, door Rob Martens. Jan Bransen reageert toot slot met “Een stem voor de ongehoorden. Reactie op de vier commentaren”.

 

In zijn Minima Philosphica “De invloed van sociale media op de strijd om de natuur” bespreekt Jozef Keulartz de ‘subversieve rol’ die de nieuwe internetcultuur speelt bij de conflicten rond natuurbeheer en natuurbeleid. Hij illustreert dit aan de hand van twee casussen: de recente lotgevallen van onze eigen Nederlandse Oostvaardersplassen, en het ‘buitengewoon ambitieuze’ plan van Nieuw-Zeeland om het land voor 2050 te verlossen van de meest invasieve roofdieren die een bedreiging vormen voor inheemse soorten.

 

Tegen de achtergrond van de onzekerheid over de langetermijneffecten van grootschalige migratie onderzoekt François Levrau in zijn bijdrage “Als er minderheidsrechten zijn, dan ook meerderheidsrechten? Over grondwettelijk nationalisme en soft paternalisme” hoe de meerderheidsgroep zich identitair kan beschermen en wat er dan precies kan en mag worden geconserveerd. Over welke rechten beschikt zo’n meerderheid? Levrau betoogt dat een normatieve cultuur beschermd kan worden in de gestalte van constitutioneel-nationalisme (hard duties) en dat alleen via soft paternalisme een zekere vorm van antropologische cultuur en samenhorigheid in stand kan worden gehouden (indirect duties). Hoewel het verleidelijk is de nationale cultuur met het constitutioneel-nationalisme te vereenzelvigen, wijst de auteur op het feit dat elke (westerse) samenleving ‘anti-verlichtingstendensen’ kent en in die hoedanigheid altijd met de uitdaging geconfronteerd wordt het ‘verlichte nationalisme’ te verdedigen tegen illiberale en intolerante disrupties. Die verdediging, zo stelt hij in dit artikel, gaat (zowel voor leden van de meerderheids- en minderheidsgroep) samen met een aantal harde en zachte plichten. “Deze plichten bieden tevens een antwoord op de vraag hoe de samenleving cohesiever wordt: enerzijds worden mensen strikt gebonden aan een zelfde liberale constitutie, maar anderzijds (en al even belangrijk) worden mensen er met zachte hand op gewezen dat ze een sociale ruimte met elkaar delen en dat ze daarom best hun vrijheden op het regulatieve ideaal van ‘zorg’ afstemmen.”

 

En dan is er vervolgens die enigszins verwaarloosde verlichtingsfilosoof, Denis Diderot, waarover Patrick Delaere in zijn “Diderot, filosoof van groot gevoel en groot verstand” zijn licht laat schijnen. Zijn bijdrage vormt een tweeluik: “In een eerste luik bespreek ik zijn leven en werk. In het tweede luik leg ik uit wat dit werk onverkort actueel maakt.” Delaere toont zijn respect en waardering “voor deze filosoof van groot gevoel en groot verstand, in het bijzonder voor de verwevenheid in zijn persoon van radicaal sceptisch denken met zijn neiging om de hele wereld in een omhelzing te affirmeren.”

 

Dit nummer van F&P eindigt met twee boekbesprekingen. Gijs van Oenen gaat in een reviewartikel in op de dissertatie van Merijn Oudenampsen, The conservative embrace of progressive values. On the intellectual origins of the swing to the right in Dutch politics. En Bart Collard bespreekt Groen liberalisme. Een urgent manifest van Floris van den Berg.


----------------------------------------