HET MEEST RECENTE NUMMER VAN F&P, SEPTEMBER 2017:

FILOSOFIE & PRAKTIJK, 38 (2017) 3,

Filosofische gedachten over de wens te sterven 

Inleiding 

Ton Vink 

Thomas Mertens opent dit F&P-nummer met zijn bijdrage “Kant over zelfmoord”. Je hoeft het niet eens te zijn met Camus’ stelling dat zelfmoord het enige relevante filosofische vraagstuk is om te erkennen dat de vraag naar de zelfgekozen dood een belangrijk thema is. Recente ontwikkelingen, zoals een verregaande medicalisering van het levenseinde in samenhang met een steeds hogere levensverwachting, hebben aan de ‘actualiteit’ van het zelfgekozen levenseinde en aan de behoefte om op een waardige manier afscheid van het leven te nemen – al dan niet met assistentie van een ander – bijgedragen. De discussie daarover is, opnieuw, aanleiding tot het thema van dit F&P-nummer. Vaak wordt van Kant betoogd dat hij zich expliciet en categorisch heeft uitgesproken tegen zelfmoord. Die zou in strijd zijn met de morele wet die zich, zoals bekend, aan de mens voordoet als een categorisch gebod. En dat klopt: Kant is inderdaad een uitgesproken tegenstander van zelfmoord. Tegelijkertijd wil Mertens laten zien dat Kants opvattingen over het zelf gekozen levenseinde gecompliceerder zijn dan wel wordt verondersteld. Wat bijvoorbeeld te doen wanneer – zoals in een van Kants voorbeelden – de eer alleen maar gered kan worden door voor de dood te kiezen? Mertens: “De gedachte dat de waarde van het leven ondergeschikt kan zijn aan de waarde van de eer, is mijns inziens een aantrekkelijke gedachte. Zij sluit aan bij een klassieke interpretatie van waardigheid als het behoud van status en decorum.” 

In zijn bijdrage “De geest, de dood en het leven. Herhaalde wilsverklaring” vertrekt Tom Eijsbouts vanuit de traditionele dualiteit van geest en lichaam – waarbij de gedachten onvermijdelijk naar Descartes gaan. Maar Eijsbouts stelt deze specifieke dualiteit ter discussie om haar te vervangen door een andere: geest en leven. Want, zo stelt hij, voor de bespreking van de grotere ethische en morele vraagstukken hebben we een ander instrument, een ander tweespan van woorden nodig dan geest en lichaam. We moeten begripsmatige beperkingen van het (eigen) lichaam verlaten en deze door ruimere begripsgrenzen vervangen. Zijn voorstel is daarvoor het koppel ‘geest en leven’ te proberen, zeker ook omdat langs die weg de grotere kwesties van zelfbeschikking binnen bereik komen, met name die rond ‘euthanasie’. En wat dat laatste betreft: wil je de ongewenste machtsgreep van het leven verijdelen, dan moet je zorgen, zelf klaar te zijn voor het eigen besluit op het moment dat het nodig is. Het besluit tot levensbeëindiging – want daar gaat het dan om – en de uitvoering moeten daarbij een zodanige vorm krijgen dat ook anderen, naasten, ermee uit de voeten kunnen. En wat te doen bij “plotselinge uitval van de geest”? Daarvoor is het nodig de geest van vóór dat moment te kunnen laten spreken, om handelen in zijn naam mogelijk te maken en zelfs af te dwingen. Eijsbouts eindigt daarom met zijn “Herhaalde wilsverklaring aangaande mijn levenseinde”. 

De discussie rond ‘voltooid leven’ als verondersteld motief voor een doodswens zal niemand ontgaan. Govert den Hartogh wijdt er zijn bijdrage aan: “Doodswensen van hoogbejaarden: een probleem voor de maatschappij, voor de dokter, of primair voor de ouderen zelf?” Als we ons bevrijden van de valse suggesties die het begrip ‘voltooid’ leven wekt, waar hebben we het dan over? Over doodswensen die specifiek zijn voor oude, meestal heel oude mensen, doodswensen dus die samenhangen met hun leeftijd. En dus stelt Den Hartogh voor de problematiek zo te identificeren: “het gaat om doodswensen van (zeer) oude mensen die voortkomen uit factoren die karakteristiek zijn voor hun leeftijd.” En dat levert dan vragen op als: Behoort deze problematiek tot het medisch domein? Brongersma-arrest, rapport commissie-Schnabel, promotie-onderzoek Van Wijngaarden, conceptwetsvoorstel Pia Dijkstra komen hier aan bod. En: Speelt de moderne maatschappij hier een (vooral negatieve) rol? Denk aan eenzaamheid, individualisering, afnemende zorg, geringe waardering voor ouderdom. Of: Is het de instelling van de oudere zelf? Denk aan angst voor afhankelijkheid, schaamte, “zo wil ik niet herinnerd worden”, onvermogen “te zijn wie je bent’. Maar: Moet de dokter het dan maar oplossen? Dat moet dan wel kunnen binnen de kaders van de ‘euthanasiewet’ en de daarin vervatte zorgvuldigheidseisen. Maar: Speelt de dokter anders geen enkele rol? Toch wel: “juist hoogbejaarden ‘die hun leven voltooid achten’ behoren bij uitstek tot de categorie mensen – oud en ziek – die hun leven op een humane manier zelf kunnen beëindigen, en wel door te stoppen met eten en drinken. Zoals de KNMG duidelijk heeft gemaakt, ligt er ook daarbij een taak voor de dokter.” En wellicht kan die dokter ook nog, uit overwegingen van zorgvuldigheid, een rol spelen binnen een voorstel om toegang tot letale middelen voor zelfdoding mogelijk te maken. Kortom: een discussie die nog niet aan zijn eind is. 

In zijn “Minima Philosophica: Stoppen met eten en drinken en het voordeel van gebrekkige logica” gaat Ton Vink vervolgens in op wat Den Hartogh in zijn bijdrage omschreef als de ‘pil van Drion’ die elke hoogbejaarde of ernstig zieke tot zijn beschikking heeft: de mogelijkheid om bewust af te zien van eten en drinken. Vink doet dat vanuit de concrete praktijk met onder meer een korte beschrijving van het proces per dag. Was dit een ‘goede dood’? En hoe handig is gebrek aan logica? 

Hoewel ‘voltooid leven’ een opvallende rol in de Nederlandse politiek speelt, gebeurt er in die politiek nog veel en veel meer. Daarop gaan de beide andere bijdragen in. Tegen de achtergrond en niet los van zaken als Brexit en de verkiezing van Donald Trump, doemen kwesties op als de groeiende tweedeling tussen de bovenkant en de onderkant van de samenleving die ook de middengroepen in de knel brengt, maar ook de noodzaak van een reflectie op de uitdagingen waar de Europese Unie aan bloot staat, inclusief mogelijke scenario’s om die het hoofd te bieden. Voor dat laatste is er de afsluitende bijdrage van Tannelie Blom: “Over de toekomst van Europa – de vijf scenario’s van de Europese Commissie, hun wenselijkheid en haalbaarheid.” In 1957 opgericht als de Europese Economische Gemeenschap vierde de Europese Unie (EU) op 25 maart 2017 in Rome haar zestigste verjaardag. Onder redactie van haar President, Jean-Claude Juncker, kwam er een “White Paper on the Future of Europe”. Hoe staat het met die toekomst? Hoe realistisch zijn de gepresenteerde vijf scenario’s en hoe, op welke gronden, er een keuze tussen te maken? Gegeven de problemen waar Europa voor staat zou een “stap voor stap benadering wel eens verstandiger kunnen zijn dan top-down voor eens en altijd de toekomst van de EU te willen vastleggen.” Aan het belang van het Europese project wordt daarmee overigens niets afgedaan. 

Dat belang is er zeker ook als het gaat om “Een samenleving van ongelijken”, titel en onderwerp van de bijdrage van Kees Vuyk. De groeiende tweedeling is al enige tijd voorwerp van onderzoek. Zo kreeg de Franse economisch historicus Thomas Piketty veel aandacht voor zijn boek Capital in the 21e Century waarin hij aantoont dat in onze samenleving mensen met vermogen financieel veel sterker staan dan degenen die hun geld verdienen met werken. Hij ziet dat als een terugkeer naar de situatie zoals die bestond aan het begin van de twintigste eeuw, na een kort tussenspel in de tweede helft van de twintigste eeuw, toen een tijd lang inkomen uit arbeid sneller steeg dan inkomen uit kapitaal. En die groeiende sociale verschillen beperken zich niet tot de wereld van de financiën, zij doen zich gelden op vrijwel alle terrreinen in de samenleving. In zijn bijdrage wil Vuyk “een poging doen het gelijkheidsideaal dat ten grondslag ligt aan de dynamiek van de burgerlijke samenleving van een nieuw perspectief te voorzien.” Dat doet hij onder meer via een discussie met de Franse ideeënhistoricus Pierre Rosanvallon die in een leerrijk boek The society of equals de geschiedenis van dit ideaal beschreven heeft en eveneens voorstellen doet om dit ideaal een nieuwe invulling te geven.   

De rubriek Signalementen besluit zoals gebruikelijk ook dit F&P-nummer.

-------------------