HET MEEST RECENTE NUMMER VAN F&P, maart 2019:

FILOSOFIE & PRAKTIJK, 40 (2019) 1; thema:

HUWELIJK & LIEFDE 

Hoe staat het met de waardering van huwelijk en liefde? En trouwens, wat is dat een ‘huwelijk’? Iets van vroeger? Toen mensen bij elkaar bleven ‘vanwege de kinderen’? Of natuurlijk ‘uit liefde’! Maar in liefde (en oorlog!) is alles geoorloofd. Nou ja, alles… Maar er kan veel… Dit themanummer van F&P – met dank aan Patrick Delaere en Cees Maris voor hun redactionele arbeid – gaat op zoek.

        Cees Maris, alweer sinds 1984 in het bezit van de heerlijkheid Sandelingenambacht (maar zonder het veronderstelde ius primae noctis – die tijd was al voor 1984 voorbij), opent dit themanummer met zijn bijdrage “Recht van de eerste nacht. Over seks, liefde en huwelijk”. Hij laat zijn licht schijnen over ondermeer de hoofse liefde, het christelijk huwelijk, het romantisch-burgerlijke huwelijk en de gevolgen van de seksuele revolutie. Hoewel hij ieder graag recht doet, verdedigt hij “dat in moderne plurale samenlevingen een veelheid van erotische liefdesvormen opbloeit die je het best eclectisch kunt benaderen. Dit blijkt als je de conflicterende modellen van het recht op de eerste nacht, de hoofse liefde, het christelijke huwelijk en het romantisch-burgerlijke huwelijk met elkaar confronteert. In al zijn verscheidenheid laat het liefdesleven zich hoogstens stileren tot ideaal van de meervoudige liefde. Of je daarnaast een huwelijk sluit is een zaak van juridische en sociaaleconomische opportuniteit.”

Oorlog voeren doe je niet in je eentje, en trouwen ook niet. Toch? In zijn bijdrage “Gelukkig getrouwd met jezelf” laat Patrick Delaere zien dat dit vandaag de dag genuanceerder ligt. Daarbij is hij vooral geïnteresseerd in de variant van ‘sologamie’ waarbij het gaat “om mensen - zowel vrouwen als mannen tonen interesse - die onvoorwaardelijke liefde hebben gevonden in en voor zichzelf, eeuwige trouw willen beloven aan zichzelf, en hun huwelijksceremonie afsluiten met een kus op een spiegel of op de beide duimen van hun eigen gevouwen handen.” Wat stelt deze ‘zelfliefde’ voor in de ogen van de “beoefenaren van de wijsbegeerte”? In Kants normatieve ethiek spat de waardering er niet speciaal vanaf! Harry Frankfurt, daarentegen, komt met “een veel welwillender analyse van de betekenis van zelfliefde en de waarde ervan.” Maar, aldus besluit Delaere, het is zaak dat de sologamist de gastenlijst voor de huwelijksvoltrekking met zorg samenstelt: “Want uiteindelijk valt er meer zelftevredenheid en zelfliefde te winnen door andere mensen toe te laten in onze levens, dan louter naar binnen gerichtheid ons ooit zal kunnen leveren.”

In zijn Minima Philosphica “Het gelijkgeslachtelijk huwelijk” vertrekt Han van Ruler vanuit “een heel persoonlijke ervaring” (die treffend aansluit bij de laatste opmerking van Delaere) waarover hij zegt: “ik kon mij hoe dan ook niet onttrekken aan het enorme emotionele effect dat het sluiten van een huwelijk in het bijzijn van familie, vrienden en collega’s op mij had. Van Ruler schrijft zijn ‘Mimima’ tegen de historische achtergrond zoals die werd geschilderd door Rodger Streitmatter in zijn boek Outlaw Marriages: The Hidden History of Fifteen Extraordinary Same-Sex Couples (Boston 2010). Het impliciete pleidooi van Streitmatter voor het instituut van het gay marriage is daarbij “meer dan een pleidooi voor gelijkheid; het is ook een pleidooi voor de mogelijkheid om mensen tot bloei te laten komen in de liefdesrelatie die hen past”.

In haar bijdrage “Romantische liefde en het huwelijk: moeten we het kind met het badwater weggooien?” geeft Katrien Schaubroeck vervolgens een overzicht van enkele recente vooral feministische argumenten in het filosofisch debat over het huwelijk. Zij laat zien dat dit debat evenzeer bepaald wordt door opvattingen over wat romantische liefde is dan door opvattingen over wat het huwelijk is. Daarbij onderzoekt zij of we de feministische argumenten tegen het huwelijk ter harte moeten nemen. “Is het huwelijk een instrument van onderdrukking? Mogen we dan nog trouwen? Is er anno 2019 nog plaats voor een authentieke, moreel toelaatbare, misschien zelfs moreel prijzenswaardige invulling van het gehuwde leven?” En als feministen tegen het huwelijk als dusdanig pleiten, of een zodanige hervorming van het huwelijk voorstaan dat niet romantische liefde maar vriendschap de te beschermen waarde wordt, dreigen ze dan meer van het badwater weg te gooien dan nodig?

En hij kwam al eerder even ter sprake, want ‘is er wijsgerig leven zonder Kant?’ Thomas Mertens besluit het thema van dit F&P-nummer met zijn bijdrage “Kant over seksualiteit en huwelijk”. Kant is streng, zeker waar het kwesties van moraal betreft. Dat bleef uiteraard niet onopgemerkt. “Het kantiaanse begrip van moraliteit als volledig losstaand van de menselijke natuur en onafhankelijk van haar doelen en bedoelingen is telkens met argwaan bezien. Morele voorschriften moeten immers aan mensen een leidraad bieden voor het voeren van een moreel verantwoord leven. Kan moraliteit zo’n leidraad wel bieden als zij de menselijke natuur niet in overweging neemt?” Water bij de wijn moeten doen, was niet het sterkste punt van Kant. Maar toch: in zijn bespreking van menselijke seksuele verlangens in de Metafysica van de zeden deed Kant zowel een beroep op ‘naturalistische’ argumenten als op meer ‘rationele’ argumenten. En dat dat aanleiding was tot verwarring “bleek al onmiddellijk na de publicatie van de Metafysica van de zeden, waarin Kant zijn ideeën over het huwelijksrecht uiteenzette.” De kritiek die daarop kwam, nam Kant zo serieus “dat hij er een paragraaf in de appendix bij de tweede uitgave van de Rechtsleer aan wijdde.” Maar de verwarring bleef. En dat niet alleen, korte tijd later namen Hegel en Fichte aanstoot aan Kants begrip van het huwelijk als een contract voor wederzijds seksueel voordeel. En zij waren niet de enigen. En dus rest de vraag die Thomas Mertens voor ons in zijn bijdrage onderzoekt: “Zijn Kants ideeën aangaande dit onderwerp inderdaad kleingeestig en achterhaald en onderschat hij het belang van liefde en vriendschap in het huwelijk?”   

Aansluitend volgen nog twee boekbesprekingen. Frank Saris bespreekt Natuur in Mensenland. Essays over ons nieuwe cultuurlandschap van Martin Drenthen. Michiel Korthals gaat nader in op De Tovenaar en de Profeet. Twee grondleggers en hun concurrerende ideeën over een leefbare toekomst op onze planeet van Charles Mann. De rubriek Signalementen besluit zoals gebruikelijk ook dit nummer van F&P.

----------------------------------------