HET MEEST RECENTE NUMMER VAN F&P, juni 2021:

FILOSOFIE & PRAKTIJK, 42 (2021) 2, THEMA:

VRIJHEID


Met de nodige corona-vertraging, die eveneens met de nodige spoed zal worden ingehaald, hierbij F&P, jaargang 42. No. 2.  

Naar aanleiding van Freedom. An unruly history (2020), in Nederlandse vertaling in 2021 verschenen als Vrijheid. Een woelige geschiedenis, van de hand van historica Annelien De Dijn, buigt Cees Maris zich in twee delen over het begrip vrijheid in “Vrijheid: positief / negatief”. Deel I, Liberale vrijheid, geschiedenis en logica, begint met de analyses van het concept van vrijheid van Berlin en Feinberg, gevolgd door de visie van Maris op de geschiedenis en de logica van de liberale vrijheid. In deel II, Democratische versus liberale vrijheid, confronteert hij die visie met De Dijns alternatieve historische narratief en haar ideaal van positieve democratische vrijheid. Deze academische ideeënstrijd mondt uit in de normatieve vraag: wat zijn de argumenten voor en tegen negatieve en positieve vrijheid, en hoe moet je die wegen? Als de stofwolken van deze strijd zijn opgetrokken blijkt: Welke normatieve politieke filosofie de betere is, blijft onderwerp van een open ideeënstrijd waarin het laatste woord nooit zal vallen, maar, aldus Maris,… voorlopig staat de liberale vrijheid op winst. Afwachten dus of de democratische vrijheid in een tweede ronde sterker uit de hoek kan komen. Dit alles met dank aan de academische vrijheid. 

In zijn Minima Philosophica buigt Patrick Delaere zich over “De merkwaardige glans van de hoop”. Zijn vertrekpunt ligt bij filosoof Gabriel Marcel voor wie hopen alleen mogelijk is vanuit een wij: “Want een mens is niet alléén onderweg, maar altijd ook betrokken op anderen. We bouwen onszelf op middels ontmoetingen met anderen. We leven om zo te zeggen zelf in het duister en hebben anderen nodig die ons belichten zodat we onszelf, d.w.z. onze eigen figuur en onze eigen schaduw, kunnen zien.” Maar blijft het ook mogelijk om te hopen wanneer de redenen daarvoor ontbreken? 

Het lijkt een nieuwe trend te worden de staat voor de rechter te dagen. April 2021 was het de beurt voor de Coöperatie Laatste Wil (CLW), samen met een aantal individuele mede-eisers. Doel van de rechtsgang: afschaffing van art. 294 Sr dat hulp bij zelfdoding strafbaar stelt. Ton Vink gaat er nader en kritisch op in, in zijn bijdrage “Zelfdoding: recht op, behulpzaam zijn bij, aanzetten tot. Over artikel 294 Sr, de Coöperatie Laatste Wil, zelfbeschikking en verantwoordelijkheid.” Hij bekijkt, en weegt, in zijn bijdrage eerst een aantal van de argumenten die door de CLW in de dagvaarding naar voren worden gebracht. Hoewel de dagvaarding een interessant overzicht geeft van de huidige stand van zaken op dit vlak, overtuigen de aangevoerde argumenten niet. Daar komt bij dat de CLW door haar eigen optreden – van CLW-leden maar zeker ook van CLW-bestuursleden – de eigen rechtsgang zelf tot zinloosheid veroordeelt. Dat alles betekent niet, zo licht Vink vervolgens nog toe, dat daarom het verbod op hulp bij zelfdoding gehandhaafd moet blijven. Ook hier gaat het over vrijheid: de fundamentele vrijheid van het individu om zelf te bepalen ‘wanneer en op welke wijze zijn leven moet eindigen’. Over een voorstel tot afschaffing c.q. aanpassing van art. 294 Sr moet echter wel beter nagedacht worden. 

Daarna volgen een drietal boekbesprekingen: Michiel Korthals bespreekt De symfonie van de natuur van Koo van der Wal. Kees Hellingman buigt zich over Wat terroristen geloven van Beatrice de Graaf. En Patrick Delaere zorgt voor een actueel retrospectief op The Making of an Elder Culture. Reflections on the Future of America’s Most Audacious Generation van Theodore Roszak. 

De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P.

 ----------------------------------------