HET MEEST RECENTE NUMMER VAN F&P, juni 2019: 

FILOSOFIE & PRAKTIJK, 40 (2019) 2; thema:

KLIMAATSCHULD


Volgens velen staat wel vast dat het Westen op grond van de  klimaatverandering ‘schuld’ heeft bij de ontwikkelingslanden, dat wil zeggen, men stelt dat het geïndustrialiseerde Westen meer dan zijn ‘eerlijke deel’ van de absorptiecapaciteit van de aarde heeft gebruikt en dat het zijn schuld die langs die weg is ontstaan, jegens de arme landen moet inlossen. Hoe wijdverbreid die opvatting ook mag zijn: een kritische analyse is op zijn plaats, aldus Menno Kamminga in zijn openingsbijdrage “Westerse klimaatschuld? Een ethische kritiek”.

Ondanks enkele aannames “die de schuldvisie juist initiële sterkte geven” verdedigt Kamminga vervolgens de stelling “dat de notie van westerse ‘klimaatschuld’ ethisch twijfelachtig is.” Vooral twee argumenten spelen daarbij een rol: “Ten eerste is de creatie van welvaart en bestrijding van armoede via fossiele hulpbronnen en technologie een westers-culturele uitvinding, die gebaseerd is op hulpbronnen als constructie in plaats van als louter materie.” En daarnaast : “Ten tweede maken ontwikkelingslanden zich schuldig aan een dubbele moraal voor zover ze zowel van het Westen klimaatschuldbetaling eisen als zelf fossiele hulpbronnen (willen) aanwenden voor hun eigen economische ontwikkeling.”

De uiteindelijke conclusie luidt dan: “De westerse weerstand tegen klimaatschuld heeft morele kracht en moet dus niet worden afgedaan als louter politiek en gericht op eigenbelang.”

 Natuurlijk vraagt dat om weerwoord en commentaar, en dat wordt geleverd in een viertal korte reacties van de hand van Pieter Pekelharing, “Schuld is de kwestie niet”; Marcel Wissenburg, “Klimaatnijd en boter”; Michiel Korthals, “Ik vertrap je, maar omdat ik je daarna veel goeds geef, heb ik geen schuld!”; en Floris van den Berg, “Niet terugkijken maar vooruitblikken”. Het laatste woord, althans op deze pagina’s, is aan Menno Kamminga.

In zijn Minima Philosphica “De paradox van de tolerantie” bespreekt Cees Maris naar aanleiding van de afzegging door de Egyptisch-Amerikaanse feministe Mona Eltahawy om in debatcentrum De Balie te komen debatteren, de ‘paradox van de tolerantie’. Wanneer – naar Karl Popper – “de intoleranten elke argumentatie weigeren en geweld verkiezen, hebben de verdraagzamen in geval van nood alle recht onverdraagzaamheid buiten de wet te stellen.” Maar was dat ook wat er hier speelde?

Vervolgens gaat Saniye Çelik in haar bijdrage “Diversiteit vanuit het perspectief van waarden” nader in op rol en betekenis van de groeiende diversiteit in de Nederlandse samenleving. Daarbij is het dan van belang te weten “wat diversiteit in essentie is en waar het aan bijdraagt.” En om een antwoord te vinden op de vraag “hoe diversiteit, inclusie en waarden zich tot elkaar verhouden.” Tevens rijst daarbij de vraag “vanuit welke waarden mensen en organisaties diversiteit kunnen bevorderen.” Uiteindelijk komt het erop neer een goede weg te vinden om diversiteit tot “de normaalste zaak van de wereld” te kunnen maken.

In “Caster Semenya, of de worsteling van de sport met ‘de’ vrouw, het lichaam en het toeval” gaat Jan Vorstenbosch nader in op de uitsluiting van de Zuid-Afrikaanse atlete Caster Semenya, tweevoudig Olympisch kampioen op de 800 meter. De zaak heeft inmiddels al de nodige aandacht gekregen, maar blijft ethisch relevant “vanwege de intrigerende wisselwerking tussen normatieve vragen die elders relatief zelden gesteld worden.” Bij die vragen gaat het dan onder meer “om de rol die het lichaam en geluk of toeval spelen in de ‘natural lottery’, de wijze waarop mensen relatief willekeurig bedeeld zijn met genetisch overgedragen, lichamelijke aanleg in negatieve zin (handicaps, erfelijke ziektes) maar ook in positieve zin (talenten en fysiologische voordelen).” Moet iemand als Semenya in feite gestraft worden voor haar vermogen om in een specifieke sport uit te blinken en de top te bereiken?

Aansluitend volgen nog twee boekbesprekingen. Kees Hellingman bespreekt Tegen de vrouw. De wereldwijde strijd van rechtsisten en jihadisten tegen de emancipatie van Abram de Swaan. Casper Verstegen gaat nader in op Identity: Contemporary Identity Politics and the Struggle for Recognition van Francis Fukuyama. De rubriek Signalementen besluit zoals gebruikelijk ook weer dit nummer van F&P. 

----------------------------------------