HET MEEST RECENTE NUMMER VAN F&P, juni 2018:

FILOSOFIE & PRAKTIJK, 39 (2018) 2; thema:

Ras, Discriminatie, Seks, Macht 

Dit tweede nummer van de negenendertigste jaargang van Filosofie & Praktijk opent met de vraag naar racisme in de westerse filosofie. In zijn bijdrage “Filosofisch racisme en Ubuntu. Afrikaanse filosofie en westers racisme” onderzoekt Cees Maris de rol van “het filosofisch racisme in het Westen” waarmee de Zuid-Afrikaanse filosoof Mogobe Ramose de westerse filosofie confronteert in zijn boek African Philosophy Through Ubuntu (1999). Maris’ bespreking bestaat uit twee delen. In dit nummer van F&P het eerste deel van waarin hij ingaat op de “stelling dat het racisme van een aantal grondleggers van de liberale politieke filosofie, met name John Locke, de liberale theorie als zodanig dodelijk heeft besmet.” Voor Ramose is dat wel degelijk het geval, met als gevolg de z.i. gerechtvaardigde eis dat het universitaire curriculum wordt gedekoloniseerd vanwege het inherente racisme van de westerse filosofie.” Minder ‘witte wijsbegeerte’! Maris brengt daartegenin “dat deze visie het onderscheid tussen genese en rechtvaardiging miskent, en dat het politiek liberalisme zich inmiddels heeft gezuiverd van de vooroordelen van zijn geestelijke vaders.” In deel 2 (in nr. 3 van deze jaargang) plaatst Maris Ramose’s filosofie in het brede Afrikaanse Ubuntu-debat. Daarbij vergelijkt hij “de politieke uitwerking van de Ubuntu-filosofie met het politiek liberalisme: welk van beide visies biedt de beste grondslag voor een constitutie in een moderne samenleving? Elke conclusie is voorlopig, dus het resultaat nodigt uit tot verdere dialoog.”  

Vervolgens betreden we een ander gebied waarop macht en discriminatie een rol spelen, met de bijdrage “Een reflectie op #metoo en de rol van onze morele sentimenten in desorienterende tijden” van Maureen Sie. Het betreft een vertaling van haar oratie (9 februari 2018) die F&P – gericht op Nederlandstalige bijdragen – graag opneemt. Sie verwijst naar het “bewonderenswaardige en ontroerende stuk Unspeakable Conversations” van Harriet McBryde Johnsonwaarin deze haar ontmoeting en discussie met dierenrechtenactivist Peter Singer beschrijft, die de visie verdedigt dat het leven van een ernstig gehandicapte persoon – van haar leven dus – minder waard te leven is, dan dat van valide mensen. McBryde Johnson, aldus MaureenSie, “is het daarmee grondig oneens. Ze noemt het een ‘vooroordeel’, een vooroordeel waar ze haar hele leven tegen gestreden heeft. Een visie die wellicht des te meer meer pijn doet omdat hij verdedigd wordt door een filosoof die zich hard maakt om het lijden van niet-menselijke dieren onder de aandacht te brengen en er ons toe te bewegen ons dat lot aan te trekken.” De bijdrage van Sie “gaat over de belangrijke rol van morele sentimenten in onze dagelijkse omgang met elkaar, zoals geillustreerd door de gedocumenteerde ontmoeting tussen McBryde Johnson en Singer.” Die rol wordt door haar verder toegelicht en uitgewerkt “aan de hand van #metoo zonder uit het oog te verliezen dat deze sentimenten ook regelmatig en dikwijls kunnen ontsporen, vooral wanneer partijen tegenover elkaar komen te staan en onze sentimenten vooral uitdrukking geven aan wat McBryde Johnson hierboven ‘een stammenstrijd’ noemt.”  

De korte bijdrage “Seks & macht” van Annemie Halsema sluit hierbij aan: “Hoe komt het toch dat seks en macht zo nauw met elkaar zijn verweven? Als de #metoo–discussie één filosofische vraag oproept, is het deze wel. Waarom is seks hét middel van mannen in machtige posities om vrouwen aan zich te onderwerpen? Waarom laten vrouwen dat gebeuren?” Is die vraag te beantwoorden “vanuit de aard van seksualiteit zelf”? 

In zijn Minima Philosophica gaat Marc Davidson op de verhouding tussen humanisme en duurzaamheid. “Juist het humanisme kan een duurzame leefstijl inbedden in een levensbeschouwing en verbinden aan een zingevingsperspectief. Het humanisme zal dan echter wel wat accenten moeten verleggen.” Maar welke accenten, en hoe die te verleggen? 

Michiel Korthals – onlangs verscheen zijn boek Goed Eten. Filosofie van voeding en landbouw – laat in zijn bijdrage “Voeding laat de wereld draaien” zien welke lessen uit dat gegeven te destilleren vallen. Die lessen betreffen bijvoorbeeld de scherpe filosofische tegenstelling tussen leven en dood, en een nette verdeling in soorten, want ook mensen behoren niet uitsluitend tot een aparte soort maar zijn een vermenging van veel soorten. “Mensen zijn (net als andere organismen) ingebed in complexe levende en niet-levende systemen, die allen een dynamisch, mutualistisch en procesmatig karakter hebben. Voeding in en tussen die systemen bewerkstelligt voortdurende vernieuwende transformaties, waar de betrokken organismen dan weer op reageren.” En die lessen resulteren ook in opdrachten voor de mens. “De inbedding van mensen in de wereld van organismen en dode processen heeft een buitengewoon uitgebalanceerde complexiteit en vraagt zowel om cognitieve als ethische vaardigheden van de kant van de mens.”  

Cees Maris keert nog eens terug met een korte bijdrage “Consument in narco-staat. Is drugsgebruik wel normaal?”uitgaande van het rapport Noodkreet Recherche (2018) dat de wereldpers haalde door de waarschuwing dat Nederland een ‘narco-staat’ aan het worden is. Maris: “We kunnen leren van de geschiedenis: het inzicht dat de oorlog tegen milde drugs niet kan worden gewonnen, heeft al geleid tot wereldwijde pacificatie. De Nederlandse overheid doet er goed aan deze globale ontwikkeling te volgen.”  

Bart van Leeuwen zorgt voor een bespreking van Rechtsstaat in Verval. Over de Lange Mars door de Instituties (Damon, 2016, 400 pp.) van Sybe Schaap.

Jan Vorstenbosch recenseert de eerste drie delen (2017, 2018) uit de serie “De Woorden van...”, een uitgave van de Internationale School voor Wijsbegeerte. 

Albert Heringa reageert op de bijdrage van Ton Vink in het vorige nummer van F&P, “De zaak Heringa, het eerste decennium 2008-2018”. Vink zorgt voor een kort naschrift. 

Vervolgens komt er nog een korte column van Bart van Leeuwen “De student een flaneur, de universiteit een passage”, waarna de gebruikelijke Signalementen dit nummer afsluiten.

----------------------------------------